Verhalen

Toch nog een kans

Aangezien haar familie een lange geschiedenis heeft met fertiliteit gerelateerde klachten was Dieke op jonge leeftijd naar het Erasmus MC gegaan om haar fertiliteit-waarden te laten onderzoeken.

Uit dat onderzoek bleken haar waardes nog niet afwijkend te zijn en er was geen reden voor vervolg onderzoek. Toch zat het haar niet lekker en ging ze na 2 jaar terug naar het Erasmus MC voor controle.

Wat bleek, haar AHM waarde (een marker die iets zegt over de eicel voorraad) was fors gedaald. Dieke haar onderbuik gevoel klopte dus. Het advies: stel je kinderwens niet uit maar begin er direct mee. Op dat moment waren Dieke en haar partner nog vrij jong, maar ze besloten er toch samen voor te gaan.

Dieke stopte met de pil om te kijken wat er met haar menstruatie cyclus gebeurde. Dieke werd maar niet ongesteld wat mogelijk een teken van de vervroegde menopauze was. Dieke en haar partner hadden de hoop eigenlijk al verloren. Maar het tegendeel bleek, want Dieke was zwanger. Beide zien deze zwangerschap als een wonder.

De laatste tijd krijgen ze steeds vaker de vraag of er nog een tweede kindje komt. Dieke en haar partner hebben besloten dat het zo goed is. Maar als iemand de vraag stelt blijft het lastig.

Belangrijk om te weten: bij sommige vrouwen is er sprake van IOF (een voorstadium van de vervroegde overgang) waardoor hun eicelvoorraad lager is dan van andere vrouwen op dezelfde leeftijd. Bij deze groep vrouwen is de kans op een spontane zwangerschap of een zwangerschap door IVF kleiner maar wel groter dan bij vrouwen met POI.

Toch twee kleine wondertjes

Voor dit stuk is een fictieve naam gebruikt.

Hester en haar partner waren al een tijdje bezig met kinderen krijgen en al vrij snel werd het duidelijk dat ze hulp nodig hadden.

Hesterd werd na een eerste bezoek aan de huisarts doorwezen naar het ziekenhuis. Daar werd geconstateerd dat er bij Hester geen eitjes meer aanwezig waren. Hester was toen 35 jaar. Voor haar was dit een enorme shock. Want de kinderwens was er altijd al. Vrij snel werden door het ziekenhuis opties als adoptie besproken en er leek geen uitweg meer te zijn. Het ziekenhuis bevestigde dat er geen mogelijkheid meer was om zwanger te worden.

Maar opgeven zat er niet in. Want wat als er dan toch nog een kans is? Ondanks het vele verdriet is bijna direct overgegaan op een uitgebreide internet-research en zijn zij voor verdere behandeling naar het buitenland gegaan. Voor Hester voelde dit goed en vertrouwd.

Ze voelde weer hoop. Het gaat goedkomen.

Een eerste zwangerschap eindigde in een miskraam. Zwaar, maar opgeven zat er niet in. Want ze had het idee dat het goed ging komen.

En er was wel degelijk sprake van magie want inmiddels hebben Hester en haar partner twee kinderen. Eentje van 2 jaar oud en eentje van 4 maanden oud. Er zijn tijden geweest met veel verdriet, eenzaamheid en angst. Want wat als het niet lukt? Maar het vertrouwen, vooral ook vanuit de omgeving heeft ervoor gezorgd dat ze zich sterk heeft gehouden.

Hoop

‘Waarom word ik niet uit mezelf ongesteld?’

Ik zocht er jarenlang niks achter, ik had mijzelf er immers van overtuigd dat ik gewoon ‘later’ was. En dat vond ik de meest logische verklaring.

Totdat ik op een gegeven moment 18 jaar werd, ik nog steeds niet ongesteld was geworden en er toch wat vraagtekens ontstonden bij mijn familieleden.

Onbezorgd en onwetende ik zocht nog steeds niks achter mijn uitblijvende menstruatie.

Afijn, om mijn omgeving gerust te stellen plande ik een afspraak in met de gynaecoloog en na een aantal afspraken kon ik eindelijk terugkomen voor het resultaat.

‘Je bent al in de overgang geweest’.

Wacht maar, ik? Ik ben nog maar 18. Hoe is dit überhaupt mogelijk?

Ontvreemd van mijn eigen lichaam. Alsof ik en mijn lichaam niet meer één waren. De connectie even moeilijk te vinden. Ik voel mij verraden.

Al die jaren dacht ik mijn lichaam door en door te kennen. Ik kon dit niet geloven en het vormde een enorme slag op mijn zelfkennis.

Vanaf dat moment besloot ik dat het niet waar was. Ik verstopte dit fabeltje ergens ver weg waar ik het niet makkelijk meer terug zou kunnen vinden.

Echter heb ik recentelijk besloten het weer op te zoeken en daarbij vooral gedachten omgezet in actie.

Ik besloot er verdrietig om te zijn en er bij stil te staan. De gedachten toelaten in plaats van ze te ontkennen.

Met familie en vrienden het erover hebben vind ik nog lastig, maar soms doe ik dat en het helpt.

Ik ben nog maar 20 jaar en ik ben er nog lang niet. Maar dat hoeft ook niet. Het begin is er.

En dit begin kenmerkt zich door een positieve schets voor de toekomst.

Daar gaan we aan werken.

Ik voel me sterk.

Verdriet

Verdriet Bam, daar is dan het definitieve antwoord. Een antwoord dat ik al voelde in mijn hele lijf, een antwoord dat ik wil ontkennen, wil ontlopen omdat het mijn hele leven op zijn kop zet. Huilend fiets ik vanuit het ziekenhuis naar huis: prematuur ovarieel falen, ofwel de vervroegde overgang. De overgang!? Dat is toch iets voor oude vrouwen? Iets waar cabaretiers slechte grappen over maken? Dit lijkt ook een hele slechte grap: ben je na al die jaren eindelijk de man tegengekomen waarmee je een gezin zou willen, krijg je dit in je schoot geworpen.

Met mijn 37 jaar en mijn kinderwens komt de klap hard aan. Ik wist al dat er iets niet klopte in mijn lichaam maar tegelijkertijd bleef dat stemmetje in mijn hoofd maar geruststellende woorden spreken. “Het zal wel meevallen je bent nog maar 37, het ligt vast aan de stress en drukte op werk dat je niet ongesteld wordt, de hormonen van het spiraaltje werken vast nog door.” De ontzettende opluchting en vreugde – wie had dat ooit gedacht – toen ik na zeven maanden eindelijk weer eens ongesteld werd, en de grote teleurstelling dat het daarna opnieuw uitbleef. Een glimpje hoop. Voor de zekerheid toch een zwangerschapstest, maar nee. Schoorvoetend naar de huisarts, de gynaecoloog: het was tijd om mijn hoofd uit het zand te trekken en een antwoord te zoeken op de vraag die ik eigenlijk niet durfde te stellen. Ben ik…, kan het zijn dat…, mijn moeder was ook vroeg…

Prematuur ovarieel falen waarbij de nadruk toch vooral op dat laatste woordje valt: FALEN. Want zo voelt het. Mijn lichaam faalt en ik faal. Mijn lichaam omdat het denkt dat het 50+ is, compleet met opvliegers, haaruitval en nachtzweten. En bovenal faal ik. Omdat ik niet kan doen waarvoor een vrouwenlichaam gemaakt is: een kind op de wereld zetten. Falen omdat ik mijn vriend geen kind kan geven, mijn ouders en schoonouders geen kleinkind en omdat ik mijn gefantaseerde kindje geen werkelijkheid kan maken.

Het is alsof die drie woordjes mijn hele vrouwelijkheid en identiteit in één klap hebben weggevaagd. Want wie ben ik als ik geen moeder kan worden? Waar kan ik mijn liefde en al mijn zorgzaamheid kwijt? En wat nu, nu een kind hoogstwaarschijnlijk geen onderdeel van ons leven uit zal gaan maken? Een leven dat ik op hoofdlijnen al voor me zag en waar ik meer dan klaar voor ben. Alles om me heen lijkt stil te staan, en tegelijkertijd ligt alles open en ook dat is beangstigend. Het is allemaal nog zo vers dat ik het nog niet kan bevatten.

(geschreven door Sarah)

De eerste POI wandeling

Op 3 maart hadden we als vereniging onze eerste POI-wandeling gepland. Wat was het spannend: komt iedereen? Hoe vinden de dames het? Kan iedereen het vinden? Waaien we niet weg?

Als vereniging zijn we al een tijdje op zoek naar een laagdrempelige manier om met andere dames/meiden in contact te komen. Een aantal jaar geleden zijn we begonnen nav een POI dag die georganiseerd werd door het Erasmus MC in Rotterdam. Een leerzame maar ook pittige dag waar de focus vooral op informatie lag. Wij wilden meer lotgenoten contact en met elkaar tips en trics uitwisselen. En zo zijn de contactmiddag in Amersfoort en de wandeling in het leven geroepen.

Vanuit heel Nederland mochten we die zondag dames welkom heten in Rotterdam. Voor iedereen was het aan het begin wat onwennig omdat je niemand kent, maar door een combinatie van koffie en een half woord, was de sfeer al snel ontspannen. Na die kop koffie hebben we een stevige wandeling rondom de Kralingse plas gemaakt en sloten we af met een wijntje en een bitterbal (of twee).

Van de aanwezige dames hoorden we terug dat ze het als prettig hebben ervaren. Vooral het lotgenoten contact was belangrijk voor ze. De herkenning van: “ohw dat heb jij ook” is daarbij erg fijn.

Een volgende wandeling (in het midden van het land) wordt gepland, dus binnenkort meer daarover. Hopelijk tot dan!

Lotgenoten wandeling

Op 3 maart om 14:00 zijn jullie welkom voor een gezamenlijke wandeling.
Aanmelden is mogelijk via facebook of stuur ons een mail via info@poi-pof.nl. Heb je behoefte aan contact met lotgenoten, wandel dan met ons mee! Je hoeft het niet alleen te doen…

Locatie: De Tuinen (Kralingse Bos) in Rotterdam   

Datum: 3 maart 2019 

Tijdstip: 14:00 uur

(H)erkenning deel 2

Ruim tien jaar liep ik alleen, tot ik in 2016 de vrouwen van poi-pof ontmoette! Ik kon mijn verhaal delen en vond herkenning. Los van het feit dat het stuk voor stuk, pracht en kracht vrouwen zijn, is door deze herkenning terugvallen in de slachtofferrol geen optie meer. Met een knipoog en humor bespreken we de overdreven klachten, twijfels versus zekerheid kunnen met serieuze noot besproken worden. We vinden herkenning op de overgang in deze levensfase en bekrachtigen de ‘fuck-it’ reactie, die de overgang er automatisch bijgeeft! Ik vind het feest!! De humor, het verdriet, de eigen waarheid en de gedeelde vraag, die maken dat ik weer in mijn levensfase leef. De herkenning verzacht onze littekens, littekens die voor iedereen anders liggen, maar het begrepen worden en begrepen voelen is onbeschrijfelijk en wens ik iedereen toe! Kijk op de kalender, want regelmatig staat er een wandeling of meeting gepland. Dat is de ene keer met een kop koffie of glas wijn in gezellige ambiance. Een andere keer ontmoeten we elkaar met wandelschoenen buiten. Welkom om met ons mee op te lopen, te delen, te luisteren en hopelijk de (h)erkenning te vinden.

(H)erkenning deel 1

Na de diagnose, de vervroegde overgang, had ik eindelijk de erkenning gekregen voor wat ik intuïtief al jaren wist. De medische wetenschap dit horen zeggen en bevestigen gaf rust. Het grappige hiervan is dat na één seconde rust op erkenning, duizend vragen ontstaan die je zoekt in herkenning. En in de zoektocht naar herkenning, ontstond bij mij dezelfde slachtofferrol als in de zoektocht op erkenning. Mijn sociale omgeving bestond uit oudere vrouwen in de overgang of vriendinnen die gemiddeld 5 jaar ongesteld waren. De herkenning op de hormoonklachten kwamen wel, maar in een hele andere context en levensfase. De fysieke klachten, zoals opvliegers en krampen kregen herkenning. Echter geen zin in seks (door hormonen!) geeft na 20 jaar huwelijk/ partnership toch echt een andere dynamiek, dan wanneer je net je partner gevonden denkt te hebben. De emotioneel labiele klachten werden aan de puberfase toegekend en het vraagstuk kinderwens, is toch ook echt afhankelijk van de levensfase en context waarin je staat. In mijn geval was dat bij 14 jaar geen onderwerp, slechts een vage wens voor later. Bij 22 jaar was het een serieuze droom, maar had ik net een relatie en was de vraag ‘houden van’ voor een duurzame relatie en het toekomstperspectief belangrijker dan de kinderwens. Echter tegen de tijd dat die relatie stabiel zou zijn, werk-huis-boom-beest, was kinderwens op natuurlijke wijze en met mijn eigen eicellen geen optie meer. Wat doe je dan? Het toch vertellen? De vrouwen met wie ik sprak over de overgang, waren allen 50+ en herkende zich niet in mijn situatie. Mijn vriendinnen hoefde er nog niet aan te denken en schoven het onderwerp af naar ‘iets voor later’. Ik stond weer alleen. En naast de grote onderwerpen en levensvragen in privésfeer, stond ik aan het begin van mijn carrière. Jong en ambitieus met opvliegers, nachtbraken en vergeetachtigheid. Waarvan mijn omgeving verwachtte dat je met 23 jaar, net als je gelijken toch gewoon 80 uur in de week kan maken. Op tandvlees dan maar, want kinderen komen er al niet, laat staan dat ik mijn carrière waar ik zo hard voor gestudeerd heb ook laat afnemen! Heel hard werken, slapen waar kan met dan maar geen sociale activiteiten. Tussendoor je relatie nog aandacht en energie geven (kansloze pogingen). Het blijft kiezen, doordat mijn lichaam al voor mij gekozen heeft. En voor je het weet ben je weer slachtoffer van jezelf met heel veel openstaande vragen.

Van kastje naar keiharde muur

Het is 2005. Ik sta buiten het VU-Medisch centrum, te wachten op de tram die mij terugbrengt naar huis. Ik ben 22 jaar en heb eindelijk ‘het’ label gekregen van wat ik al vanaf mijn 10e voel, vanaf mijn 14e weet en tot nu toe nooit heb willen horen. Vandaag kreeg ik de uitslag dat ik in de overgang ben. De kans op kinderen nihil is en het medisch circus een aantal flyers voor me heeft, waarin de opties voor het krijgen van kinderen staan beschreven. Voor de overige zaken die mij tot last zijn, is alleen een pil* bedacht die het krijgen van kinderen verder uitsluit (*dit was de medische kennis meegegeven door artsen destijds, anno 2019 biedt hierin meer opties). Ik heb altijd gedacht dat als mijn innerlijk weten, door de medische wetenschap bevestigd zou worden dat de oplossingen voor mijn levensproblemen dan voor het oprapen zouden liggen. Maar dat blijkt niet het geval. Nieuwe vragen komen bij me op. Nieuwe goedbedoelde adviezen komen mijn kant op. Na jaren kastje en muur te hebben ervaren. Blikken hebben moeten doorstaan, goedbedoelde adviezen heb gekregen en interne strijd heb beleefd, heb ik nu eindelijk een label. En alles wat ik voor het bezoek aan mijn arts mocht ervaren, ervaar ik nu nog. Hoe ga ik dit tegen mijn relatie zeggen? Gaat hij dan bij me weg? Die vermoeidheid, het nachtelijk zweten, wakker liggen, krampen, wisselingen in mijn humeur, daar hebben ze niets voor? Geen pil, zodat ik morgen gewoon weer carrière kan maken, zodat ik ook kan dromen van een huis vol kinderen? Dat ik net als mijn medestudenten, mijn toekomst kan ‘plannen’? O ja en als ik niets doe dan is de kans op hart- en vaatziekten ook verhoogd en ga ik misschien eerder dood. Ik stap uit bij de halte Westermarkt. Ik ben 22 jaar, studerende, veel dromen en sta vol in het leven en toch voelt het alsof ik zojuist in de box van ‘de afgeschreven vrouw’ ben weggezet. Ik loop langs de gracht naar huis. Een rugzak vol met klachten waar ik, tot ik besluit geen kinderwens meer te hebben, zelf maar een weg in mag vinden, een wond rondom kinderloosheid waar een praatgroep voor is en een lijst aan psychologen die heel graag met mij willen praten. Het voelt klote, alleen en allemaal héél ver van mijn behoefte nu.  

De diagnose

We zijn getrouwd toen ik 24 jaar was. Ik was zwanger van onze mooie dochter toen ik 29 jaar was. Op mijn 33 ste verjaardag heb ik een miskraam gehad bij 9 weken. Daarna lukte het zwanger worden niet meer. Vrij snel daarna zaten we in de molen (met alle vooronderzoeken) voor IUI (kunstmatige inseminatie). Dit hebben we twee keer gedaan daarna zijn we doorgestuurd naar de IVF kliniek in Voorburg. Het is inmiddels maart 1998. Ik mocht meteen starten met de maximale dosering hormonen door zelf dagelijks te spuiten. Toen we (gelukkig samen) voor de eerste controle echo kwamen zat er geen enkel eitje waarop de gynaecoloog meteen zei: (nadat ik van tafel af mocht en in het hokje mijn broek nog aan het aantrekken was) “Je hebt verouderde eierstokken er zullen geen eitjes meer komen en jullie moeten maar eens over adoptie gaan nadenken”. We liepen door de wachtkamer naar buiten waar allemaal zwangere vrouwen zaten met dikke buiken we waren allebei in shock. Dat was een traumatische ervaring. Ik weet tot op de dag van vandaag nog precies zoals het er daar allemaal uitzag hoe die onderzoeksbank stond.

Jacqueline, 53 jaar